Studielijn: Politie als maatschappelijk aanspreekpunt

 

Als “centrum voor politiestudies” besteedde het CPS de voorbije jaren geregeld aandacht aan evenwichten tussen repressie en preventie/zorg binnen een geïntegreerd  lokaal veiligheidsbeleid. In  publicaties en studiedagen aangaande “politie en haar maatschappelijke partners” kwamen vragen aan bod betreffende de vormgeving aan lokale veiligheid, de identiteit van de instanties die hierop moesten worden aangesproken,  de  aard van de problemen die hierbij aan de orde waren en de precieze modaliteiten waarbinnen van samenwerking met politie sprake kon zijn.

Eén en ander houdt verband met ontwikkelingen in de opvattingen aangaande de functie van wat op het plaatselijke niveau traditioneel “politie” wordt genoemd. Sinds de jaren tachtig heeft  in de Vlaamse samenleving het besef veld gewonnen dat het welzijn van burgers in belangrijke mate afhankelijk is van rechtszekerheid en maatschappelijke orde.  Het gaat hierbij om het realiseren en in stand houden van een klimaat van veiligheid.  Onder de noemer “integraal veiligheidsbeleid” werd de politionele opdracht open getrokken van een louter uitvoerende handhavingsfunctie tot een veel breder domein.  Het politionele betreft dan de permanente zorgzame betrokkenheid van de overheid op het dagelijkse samenleven van de burgers en op de veelsoortige spanningen die zich hierin voordoen. Het is geen kwestie van louter reageren op problemen,  maar van pro-actieve opvolging en van creatief beheer.

Sinds het CPS dit jaar herdoopt werd tot  “Centre for Policing and Security” wordt het hele veiligheidsthema de centrale focus  van de  werkzaamheden. Verder verschuift het accent van politie als instelling naar de activiteit van “policing” als maatschappelijke functie.  Deze verschuiving maakt het  de vereniging mogelijk de oude vragen aangaande lokaal veiligheidsbeleid  in een veel breder perspectief te behandelen, analoog met de recente ontwikkelingen op dit vlak.

Op gemeentelijk niveau werden de “veiligheidscontracten” van de jaren negentig na enkele jaren betekenisvol verruimd tot “veiligheids- en samenlevingscontracten”.  Lokale politiezorg ontwikkelde zich als een zaak  van samenwerking  met een brede waaier van organisaties  uit het maatschappelijk middenveld: scholen, belangenverenigingen, buurthuizen en het veelsoortige palet van kleine en grote welzijns- en gezondheidsvoorzieningen.

Hierbij krijgen ook welzijns- en gezondheidsvoorzieningen, onafgezien of zij nu tot de bevoegdheid van  de gemeenschappen of gewesten, de gemeenten of  een federale overheid  behoren,  steeds  nadrukkelijker een rol toegespeeld in opvolging, begeleiding en sturing van gedragingen en van verhoudingen tussen medeburgers.  Het  is een verwachting  die deze voorzieningen  geregeld op de grens brengt van de eigen uitgangspunten.  De termen  ‘politie’ en ‘veiligheid’ verwijzen immers onverminderd (ook) naar de mogelijke uitoefening van dwang.  De actuele ontwikkeling en motivering van sanctioneringsmogelijkheden op gemeentelijk niveau sluiten hierop aan. 

Al deze ontwikkelingen staan niet los van de nog steeds  groeiende  complexiteit van onze samenleving en het  onafwendbaar vervagen van traditionele grenzen en beleidskavels. Een controle- en  beheersingsrationaliteit  heeft de wind in de zeilen en wordt door velen aangevoeld als een  maatschappelijke noodzaak.  Anderzijds zijn er de oude vragen aangaande de  verzoenbaarheid met rechtszekerheid en democratie.  Op het niveau van de lokale praktijk ontstaat inmiddels vaagheid aangaande het onderscheid tussen deze veelzijdige gelaagde politiezorg en het eigenlijke politiekorps, zoals de burger dat sinds vele decennia kent .

De onderzoekslijn  ‘politie als maatschappelijk aanspreekpunt’ vertrekt niet van een stelling aangaande de opdracht van de actuele politiekorpsen, maar van de vaststelling dat burgers in crisissituaties en probleemsituaties van welke aard ook,  de/een gezaghebbende overheid beschikbaar, vlot bereikbaar en nuttig aanspreekbaar willen weten, een wens die aansluit bij het recht op veiligheid.  In dit verband wordt binnen de onderzoekslijn bekeken en bevraagd op welke manieren de beschreven ontwikkelingen aangaande integraal veiligheidsbeleid zich op het lokale niveau vertalen in praktijken en structuren, welke ratio’s hierbij door de verschillende betrokkenen worden gehanteerd en wat dit alles bedoelde en onbedoelde effecten zijn.  Tastbare ervaringen van ieder die, vanuit welke invalshoek ook, meent bij te dragen aan vormen van  ‘policing’  zijn hierbij de belangrijkste bron met het oog op de toetsing van het formele beleid  en de hierbij naar voor geschoven uitgangspunten. Andersom wil deze toetsing  ‘good practices’  ondersteunen en in het algemeen bijdragen tot het optimaliseren van bestaande praktijken .

De werkgroep geeft zichzelf tot de zomer 2016 de tijd het thema te exploreren aan de hand van contacten en  rondetafelgesprekken met praktijkwerkers in Vlaanderen en elders, alsook met studie van beleidsteksten en theoretisch inzichten in binnen- en buitenland.

Eén en ander wordt  tegen het najaar 2016 samengebracht in een doorgangsrapport dat op een studiedag zal worden gepresenteerd. 

Piloten

D'haese Wim, Hoofdcommissaris, Korpschef, Politiezone Haacht
Van Garsse Leo, Assistent, Universiteit Gent

Nieuws

Activiteiten van het CPS 

Studie(namid)dagen en debatten:

  • 15 april 2016: CPS-studiedag " Is groen, een taak voor blauw ?", Braxgata, Domein De Schorre in Boom 
  • 20 april 2016: Cahiers op de Campus: " Groene criminologie en veiligheidszorg ", Avans Hogeschool Den Bosch
  • 29 april 2016: CPS-studiedag “ Recherchemanagement: gewonnen voor de zaak ”  CC De Werf in Aalst
  • Mei 2016: CPS-studienamiddag met debat " De relatie overheid-professioneel voetbal: investeringen versus sociale return ", Ghelamco Arena te Gent (info volgt)
  • 24 mei 2016: CPS-studiedag " Organisatiecriminaliteit ", Torenzaal te Lokeren (info volgt)

​ Structureel partnership 2016